Mijn tante Willemien woonde bij ons in huis. Mijn vader en moeder hadden de taak op zich genomen om voor haar, voor mijn zieke oma en mijn ouder wordende opa te zorgen.

Mijn tante was gezond geboren. Maar toen ze anderhalf jaar was, kreeg ze een zware hersenvliesontsteking. Daarna was ze niet meer dezelfde, ze werd stom. Ze kon enkele klanken maken, maar kon niet spreken. Ook haar gedrag veranderde. Zo kon ze enorm onrustig door ons huis rennen, was soms gefrustreerd, en vaak mensenschuw.

Maar mijn tante had een Godsbesef. Zo knielde ze elke avond voor haar bed, vouwde haar handen en bad in stilte tot God. Er ging geen dag voorbij, of ze gaf na de maaltijd de Bijbel aan haar vader, mijn opa. Als ze wel eens mee ging naar een kerkdienst, dan neuriede zij bij de eerste klanken van het orgel, het lied al mee, zelfs voordat wij het konden herkennen, laat staan zingen.

Ik heb me wel eens afgevraagd, hoe de Vader naar haar zou kijken. Wat zou Hij gehoord hebben, als zij haar knieën boog voor het bed met de geblokte sprei?
Ik weet het niet. Maar wat ik wel weet, is dat ze op de dag van het oordeel snel klaar is, want ze heeft geen nutteloze woorden gesproken waar ze rekenschap over af moet leggen. Er is, voor zover ik weet, nooit een kwaad woord over haar lippen gekomen.
Het machtigste wapen ter wereld heeft zij nooit gebruikt. En God weet alles, hoewel er geen woord door haar tong werd uitgesproken. Ze bad niet met omhaal van woorden.

Vroeger zei men over een kind met een beperking: “Dat is een ongelukkig kind”. Maar ik denk dat mijn tante, juist door haar beperking, misschien juist een heel gelukkig kind is van de Vader.
Binnenkort is ze jarig. Ik denk, dat ik haar nog even op ga zoeken.

Mattheus 12:36-37
Ik zeg u: van elk nutteloos woord dat mensen spreken, zullen ze op de dag van het oordeel rekenschap moeten afleggen. Want op grond van je woorden zul je worden vrijgesproken, en op grond van je woorden zul je worden veroordeeld.

Heer,
Wilt U me bewust maken van mijn woorden. Laten mijn woorden opbouwend zijn en niet nutteloos. Heer, laten de woorden van mijn mond U welgevallig zijn.
Amen