Een ring voor mezelf kopen? Had ik dat goed verstaan? In een periode van geloofsstappen zetten, met alle angst, onzekerheid en minderwaardigheidsgevoelens die daar mee gepaard gaan, meende ik dat God tegen me zei: “Koop een ring.” Enigszins onwennig ging ik naar de winkel. Was het niet mijn eigen gedachte? Maar om een nieuwe ring te kopen en te dragen, moest ik de ring die ik van mijn ouders gekregen had toen ik 21 jaar werd, af doen. Aangezien ik erg aan die ring gehecht was, kon ik de twijfel dat het uit mijn eigen begeerte kwam naast me neerleggen. En daar stond ik dan bij de juwelier een beetje onhandig te zijn. “Kan ik u helpen mevrouw?” “Eh nee, ik eh, kijk wat rond.” Ik vroeg aan God: “Als U mij een ring wilt geven, laat mij dan zien welke.” Het leek of het lampje in de vitrinekast feller begon te schijnen. Ik liep ernaar toe en daar lag de ring. Een gouden ring met een fonkelend steentje erin. Het leek wel een glimlach! Direct kwam een gedeelte van mijn dooptekst in mijn gedachten: ‘Mijn oog is op je’.
Ik wist dat dit hem moest zijn. Ik zag de prijs en dacht ‘oeps!’…. Maar ja, Vader betaalt niet waar? Mijn bankrekening is de Zijne en alles wat ik heb, dat heb ik te leen.
Wat had ik deze ring hard nodig in tijd die voor me lag. Hoe vaak heb ik in de stappen die ik deed en in de leerprocessen waar ik doorheen ging naar die ring gekeken om me te herinneren aan de woorden van God, dat Zijn oog op me is. Niet een oog van veroordeling, maar een oog van goedkeuring, van aanmoediging en van blijdschap omdat ik de juiste stappen zette in de leerschool van geloof.
Ongeveer twee jaar later stond ik in een klein Hindoestaans dorp in het Himalayagebergte voor een meisje te bidden. Het meisje had haar leven aan Jezus gegeven en stond op het punt om het dorp te verlaten om naar een bijbelschool te gaan. Haar ouders dachten dat hun dochter naar de grote stad ging om daar te gaan studeren. Als ze had verteld dat ze naar een bijbelschool zou gaan, dan hadden ze haar zeker tegen gehouden. Dit jonge meisje zou een periode ingaan van geloofstappen zetten, met alle angst, onzekerheid en minderwaardigheidsgevoelens die hiermee gepaard gaan. Ik hoorde de fluisterende stem van de Heilige Geest: “Geef haar je ring. Jij hebt deze niet meer nodig. Jij weet dat mijn goedkeurende blik op je is en zij heeft deze les nu nodig.”
Ik gaf de ring, samen met het verhaal achter de ring en zegende haar. Ik sprak uit dat zij net als ik zou gaan ontdekken dat God geniet van de stappen die we nemen in geloof.
Ze werd diep geraakt en de ring paste perfect. Deze handeling gaf haar zo veel moed, dat ze haar ouders toch vertelde naar welke school ze zou gaan en ze vertelde hen eveneens het evangelie. Hoewel haar ouders Jezus nog niet aannamen, konden ze hun dochter laten gaan.
Terug in Nederland haalde ik de ring die ik van mijn ouders had gekregen weer uit het sieradenkistje en schoof deze weer om mijn vinger. Wat wist ik me gezegend.

Ik onderwijs u en leer u de weg die u moet gaan;
Ik geef raad, mijn oog is op u.
Psalm 32:8

Dank U Vader dat U mijn Vader bent, dat U me leert en ondersteunt op mijn geloofsweg. Ik wil me telkens weer verheugen in het feit dat U me kent en ziet en dat uw oog vol liefde en ontferming over mijn leven is. Amen